Stap 1: Maak beleid

Veiligheid in de kerk begint met bewustwording van het feit dat seksueel grensoverschrijdend gedrag ook in de kerk voor kan komen. Uit cijfers blijkt dat de dader van misbruik in de meeste gevallen iemand is uit de leefwereld van het slachtoffer. Iemand dus uit de familie, van de sport, van school, het werk of uit de kerk. Reden dus om ook in de kerk aandacht te hebben voor het kwaad van seksueel misbruik en maatregelen te treffen om misbruik zoveel als mogelijk is te voorkomen.

Een veilige kerk

De kerkenraad, raad van oudsten of het parochiebestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid in de gemeente of parochie. Toch kunnen we niet stellen dat  alleen zij verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in de kerk. In feite is veiligheid de verantwoordelijkheid van iedereen. Voor het zetten van stappen in een preventieprogramma is de kerkenraad, de raad van oudsten en in de RKK het bisdom wel de beleidsmaker en initiatiefnemer. Ook dient zij één en ander te faciliteren.

Vorm een Commissie Veilige Kerk

Een goede stap kan zijn het instellen van een Commissie Veilige Kerk. Deze commissie kan voorbereidend werk doen voor brede preventie aanpak. Deze commissie bestaat bij voorkeur uit drie à vier personen (vrouwen en mannen), bijvoorbeeld: (jeugd)ouderling, jeugdleider / catecheet, een ouder. Deze commissie heeft groen licht nodig van de kerkenraad voor het uitvoeren van stappen op het gebied van preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Plan van aanpak

Het is belangrijk je goed voor te bereiden op de te nemen stappen. Inventariseer zorgvuldig wat de huidige stand van zaken is in jouw kerk. Wat is er in jouw kerk al bekend over veiligheid en welke stappen / documenten zijn al ontwikkeld? Is er een centraal beleid? Check dit voordat je aan het stappenplan begint.

Neem de stappen van het Stappenplan ‘Een veilige kerk’ door en zet op een rijtje welke stappen nog genomen moeten worden. Overleg met de kerkenraad met welke stappen je het eerst aan de slag gaat. Maak aan de hand van de inventarisatie en het overleg met de kerkenraad een plan van aanpak. Maak dit zo concreet mogelijk aan de hand van de 5 W’s en de H: Wie, Wat, Wanneer, Waar, Waarom en Hoe.

Communicatie

Regelmatig terugkerende communicatie met alle betrokkenen zoals de kerkenraad, raad van oudsten, kerkelijke functionarissen en de leden van de kerk is van groot belang. Geef uitleg waarom je wilt werken aan veiligheid in de kerk en welke stappen je daarbij gaat zetten. Geef vanuit een open houding ruimte om vragen, tips of opmerkingen te maken. Op die manier neem je de kerk mee in de ontwikkelingen richting verbeteren van de veiligheid.

Zie ook Stap 6: informeer alle betrokkenen.

Omgaan met weerstand

Laat je niet te snel teleurstellen. Het is niet altijd makkelijk om over grensoverschrijdend gedrag met elkaar in gesprek te komen. Het is een gevoelig onderwerp dat makkelijk weerstand oproept, ook in de kerk. Het is goed om daarop voorbereid te zijn zodat je er niet door overvallen wordt of teleurgesteld af zou haken.

Weerstand kan ontstaan door het onderwerp (“Ik vind het lastig om hierover te praten”) of omdat mensen niet van veranderingen houden (“We hebben het altijd zo gedaan, dus…”).

We hebben een aantal weerstandsituaties op een rij gezet met tegenargumenten.

Zorg ervoor dat het onderwerp op de agenda blijft.

Alle mensen met een kerkelijke functie zijn verantwoordelijk voor het zuiver houden van de relatie met het gemeentelid of de parochiaan waarmee zij vanuit hun functie een relatie hebben. Zij dienen zich daarvan bewust te zijn. Het is daarom belangrijk het onderwerp veiligheid in de kerk jaarlijks op de agenda te zetten. Je kunt daarvoor gebruik maken van gangbare methodes uit de intervisie of een werkvorm uit het stappenplan: Werkvorm ‘Omgaan met situaties’ of de  Workshop Intimiteit:  ‘Waar ligt de grens?’

Evalueer voortdurend je aanpak

Stel jezelf regelmatig de vraag: ‘Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed?’ Blijvende aandacht voor veiligheid in de gemeente is echt noodzakelijk. De Commissie Veilige Kerk kan voor deze taak verantwoordelijk blijven. Zij kan die verantwoordelijkheid ook overdragen aan de vertrouwenspersoon (zie Stap 2).